Interview met P.A. Milani

Voor Uitgeverij De Graveinse Abeel doe ik mee aan de blogtour van het debuut van auteur P.A. Milani. Mijn recensie van De vervloekte erfenis deel 1 - Het tussendoor is hier te lezen.
Voor de blogtour mocht ik de auteur wat vragen stellen. Waar ze uitgebreid op geantwoord heeft zodat het een erg leuk interview is geworden .
P.A. Milani
Foto door Ronald Stam
De vragen die ik stelde en de antwoorden van P.A. Milani

Kun je wat over jezelf vertellen?

Laat ik allereerst beginnen met mijn naam. Ik denk dat deze namelijk een erg goed beeld geeft van wie ik ben. Mijn roepnaam is Parisa. Dit is een typisch Perzische naam. Pari is een soort fee in de Perzische mythologie. Parisa betekent “Net een fee”.
Net zoals mijn naam is verbonden aan mythologie en fantastische verhalen, voel ik mij sinds mijn kindertijden zeer aangetrokken tot de Fantasy genre. In mijn kindertijd vertelde mijn moeder mij iedere avond een verhaal, dat ze zelf had verzonnen. Op het moment dat ik wat ouder werd, verzon ik voor het slapengaan zelf de verhalen en langzaamaan veranderde dit in het schrijven van boeken in de Fantasy genre.
Naast de mythologische betekenis, is de naam Parisa afgeleid van Parysatis dat uit de Perzische oudheid komt. Twee bekende Perzische Koninginnen droegen deze naam. Ook deze verbintenis met mijn naam komt sterk naar voren in wie ik ben. Ik heb namelijk een fascinatie voor historische verhalen. Het eerste boek dat ik via boekscout liet uitbrengen, Het licht, was dan ook een semi-historisch Roman over Anne Boleyn, de tweede vrouw van Henry VIII van Engeland.

Lees je zelf veel? En wat voor soort boeken lees je? Wat zijn je favoriete boeken en auteurs? Welke auteur zou je graag eens ontmoeten?

Helaas heb ik door mijn studie steeds minder tijd om recreatief te lezen. Ik probeer dat wel te doen, als ik bijvoorbeeld even vakantie hebt. Dan lees ik het liefst inhoudelijk goede romans, zoals “De boekendief” of “De bakkersdochter”.
Als tiener was ik gek van lezen. Ik had natuurlijk een bibliotheekpas en verslond echt alles waar maar letters op stond op de boekenplanken. “Thea Beckman” en “Simone van der Vlugt” waren destijds mijn favoriete auteurs.
Natuurlijk heb ik in de fantasy genre ook favoriete boeken, maar daar steekt met kop en schouder de “Harry Potter” serie bovenuit. J.K. Rowling staat met stipt op nummer één wat betreft favoriete auteurs voor mij en haar zou ik echt heel graag een keer in het echt willen ontmoeten.

Kun je wat vertellen over je persoonlijke levensmotto in Libris Libertas? En hoe dat je schrijven beïnvloedt?

In Libris Libertas betekent “In boeken vind je vrijheid” en is een bekende, Latijnse gezegde en ik zie het als mijn levensmotto, omdat boeken mij altijd vrijheid hebben gebracht. Ik ben zelf niet in Nederland geboren. Op zevenjarige leeftijd heb ik pas de Nederlandse taal leren spreken. Op dat moment merkte ik pas hoe vervelend het is als je een taal niet kan spreken of lezen.
Na een aantal jaren, op het moment dat het spreken van de Nederlandse taal me steeds beter afging, besefte ik hoe fijn ik het vond om boeken te kunnen lezen. Ik leerde doormiddel van boeken ook beter een vreemd cultuur te kennen en dat gaf me weer meer vrijheid om me in de maatschappij te bewegen.

Ik las dat je Criminologie gestudeerd had en vroeg me af hoe je tot het schrijven van een Fantasyboek gekomen bent? Ik zou eerder een thriller verwacht hebben...

Criminologie klinkt spannender dan dat het is. Er zit weinig tot geen CSI gehalte aan deze studie. Ik heb op dit moment een Bachelor in de Criminologie en ben bezig met mijn master Forensica, criminologie en rechtspleging. Criminaliteit, theorieën hierover en de interdisciplinaire karakter van mijn studie, vind ik erg boeiend. Maar het geeft mij niet echt de inspiratie om een verhaal te schrijven.
Schrijven maakte veel eerder deel uit van mijn leven dan mijn studie Criminologie. Daarmee bedoel ik dat ik eigenlijk al heel jong begon met schrijven en dat ik verschillende onderwerpen in mijn verhalen behandel. Criminologie is de studierichting waarin ik mij specialiseer, maar ik vind het voor mijn verhalen belangrijker om onderwerpen te behandelen waar ik op een bepaald moment erg mee bezig ben. Wie weet, misschien schrijf ik ooit wel een Thriller.

Achterop je boek staat dat je artikelen geschreven hebt voor verschillende universitaire magazines. Heb je ook andere artikelen of boeken geschreven? Heb je thuis stapels met manuscripten liggen of is dit het eerste boek dat je schreef?

Ik heb ooit mijn eerste boek “Het licht” uitgebracht via Boekscout. Dat was meer een probeersel om te kijken of het uitgeven van een boek echt iets voor mij is. Een verhaal schrijven, is één ding. Maar een boek echt “uitgeven” is een heel ander verhaal. Hierbij moet je rekening houden dat je soms hele lappen tekst moet veranderen, urenlang aan één zin moet sleutelen en soms bepaalde onderwerpen moet schrappen omdat ze niet binnen het verhaal passen. Als schrijver moet je voorbereid zijn op dit soort zaken. Het heeft een groot impact, omdat het natuurlijk gaat om jouw verhaal, je kindje, een stukje artistieke uiting.
Om heel eerlijk te zijn, heb ik stapels met “onafgemaakte” manuscripten. Als schrijver kan ik namelijk heel erg wispelturig zijn. Soms heb ik zin om een vlotte chicklit te schrijven, soms een fantasieverhaal en soms een drama. Daarom heb ik voor iedere genre wel iets liggen, waar ik mee bezig ben. Het verhaal dat de eindstreep op een gegeven moment haalt, blijft natuurlijk ook weer maanden liggen, omdat ik deze altijd grondig onderwerp verschillende nakijkrondes. Je kan dus wel stellen dat ik stapels met verhalen heb, maar voor mijn gevoel op dit moment allemaal niet geschikt voor uitgave.

Was het moeilijk om een uitgever te vinden? Hoe lang duurde het alles bij elkaar van schrijven tot een uitgebracht boek? Vond je het redigeren van je boek moeilijk, want dan gaan toch andere mensen zich met jouw tekst bemoeien, en moest je veel schrappen of veranderen?

Een uitgever vinden is tegenwoordig sowieso moeilijk. Met de komst van e-readers en natuurlijk verfilming van boeken, loopt de markt niet erg lekker. Daarom nemen veel uitgevers geen risico met nieuwe auteurs.
Gelukkig was “De Graveinse Abeel”, mijn allereerste keus, gelijk enthousiast over het verhaal. Ik wilde het liefst bij deze uitgever, omdat het een jonge uitgeverij is waar je boek geen nummertje wordt. Er was echt aandacht voor het verhaal en er werd mij niets opgedrongen qua veranderingen. Dat was voor mij echt een belangrijk punt. Ik heb namelijk liever geen uitgegeven boek op mijn naam staan, dan een boek waar ik niet voor de volle honderd procent achter sta.
Het proces van “Opsturen van het manuscript” tot aan “uitgave” nam een kleine drie jaar in beslag. Klinkt lang, maar het was allemaal hard nodig. Bij het redigeren komt namelijk veel meer kijken dan taalfoutjes vinden en schrappen van overbodige teksten.
Ik vond het helemaal niet moeilijk om met suggesties en veranderingen in mijn tekst om te gaan. Sterker nog, tot op zekere hoogte was ik er blij mee. Allereerst kwamen verschillende problemen in de tekst naar voren, die ikzelf over het hoofd had gezien. Daarnaast kon ik zien dat door de veranderingen de tekst echt een stuk beter was te behappen. Ik heb juist veel geleerd van het redigeer proces.

Over het schrijven zelf heb ik ook nog een paar vragen. Schrijf jij als je aan je boek werkt of werk je alleen op een pc? Heb je een vast schrijfritme en een vaste werkplek? Heb je altijd al een boek willen schrijven?

Het is echt leuk om deze vraag te krijgen. Ik schrijf namelijk het allerliefst met de hand. Mijn eerste manuscript (die ik later overtypte en onder de titel “Het licht” uitbracht) schreef ik met de hand onder economie en wiskundeles op de middelbare school.
PC’s zijn fijn en ik geef toe dat het praktischer is om het allemaal in één keer op de pc te typen, maar niets vervangt het gevoel van een pen op papier zetten. Als ik echt een pen oppak en heerlijk op de bank of op mijn bed ga zitten schrijver in een notitieboekje, heb ik echt het gevoel dat het ten goede van mijn schrijfstijl komt. Inkt op papier geeft me een rustig gevoel. Ik kan me dan makkelijker afsluiten voor de buitenwereld en me richten op mijn verhaal.
Overigens heb ik geen vaste plek waar ik schrijf. Zoals ik al zei, schrijf ik net zo lief onder een les als thuis op de bank of in bed. Ligt eraan wanneer de inspiratie komt. Ik kan soms wekenlang achter elkaar een aantal uren per dag schrijven, en soms droogt mijn inspiratie op en schrijf ik een aantal weken niets.
Ik heb altijd al auteur willen worden. Het is niet zozeer dat het schrijven in mijn bloed zit, maar meer het vertellen van verhalen. Ik merk ook dat ik schrijf-technisch er nog lang niet ben. Daarom zie ik mezelf meer als een “verhalenverteller”.

Over de vervloekte erfenis:
Kun je vertellen hoe de keuze voor de cover tot stand is gekomen? Heb je bijvoorbeeld zelf de cover mogen uitkiezen?

De cover is gemaakt door mijn uitgever, “De Graveinse Abeel”. Op het moment dat we een eerste kennismakingsgesprek hadden, bespraken we al wat de cover kon zijn. Dit is een concept waar mijn uitgever uiteindelijk mee kwam en waar ik het mee eens was. Een sober concept, maar ik vind dat juist heel goed. Met de afbeelding van het meisje en de handen, komt er voldoende beschrijving van het verhaal naar voren, maar het neemt niet de aandacht van het verhaal weg.

Had je voor het schrijven alles al bedacht of komt het verhaal vanzelf tot je tijdens het schrijven? Weet je nu al precies wat er in de volgende delen met het verhaal en de personages gaat gebeuren en staat het slot aan het eind van de serie al vast? 

Ik had een globaal beeld van het verhaal, zoals wie de personages waren en wat ze deden. Maar een vast beeld had ik niet. Dat heb ik nooit met het schrijven. De vervloekte erfenis is eigenlijk ontstaan uit mijn persoonlijke behoefte om een andere wereld te creëren.
Wat er in de volgende delen gaat gebeuren, weet ik ook globaal. Maar ook hiervoor staat nog niets vast. Het heerlijke aan het schrijven, is dat je alle kanten op kunt. Daarom wil ik mij zo min mogelijk laten beperken door vaste verhaallijnen en gebeurtenissen. Ik laat liever het verhaal zelf leiden en zie waar het schip strandt. Dat maakt het verhaal voor mijzelf ook spannend.

Hoeveel delen wordt de serie? Wordt het volgende boek hetzelfde formaat of met meer pagina's?
Is al bekend wanneer het volgende deel uitkomt en wat de cover gaat worden?
Ben je misschien ook al met een ander boek bezig?

Het aantal delen staat op dit moment nog niet vast. Dat is afhankelijk van de inhoud en hoe snel de vloek kan worden verbroken. Zoals ik al zei, leg ik de gebeurtenissen niet vast, maar laat ik mij leiden door mijn personages. Het kan zijn dat de vloek pas over vijf delen wordt verbroken, het kan net zo goed ook in het tweede deel gebeuren. Het is voor mij erg belangrijk om die vrijheid te hebben. Het lijkt me vreselijk benauwend om een richtlijn te hebben. Dan moet je misschien ruimte vullen met gebeurtenissen die eigenlijk niet binnen het verhaal passen of juist belangrijke dingen schrappen, omdat het anders te lang wordt.
De datum van het volgende deel is nog niet bekend, maar een cover is te vinden op de laatste pagina in het eerste deel. Aan het einde van het eerste deel vind je overigens ook een eerste hoofdstuk van deel twee.
Op dit moment ben ik ook bezig met verschillende andere verhalen. Eén hiervan wil ik online publiceren, waarvan het eerste deel al op mijn weblog staat. Dit verhaal heet “Het vierde seizoen: Lente-Deel 1” en is een liefdesdrama. Ik publiceer dit online, omdat ik dit verhaal juist helemaal niet wil onderwerpen aan een redactieronde. Dit verhaal is als het ware een “rauwe” weergave van mijn schrijfstijl. Ik laat het vooraf aan niemand anders lezen en probeer het zelf ook zo weinig mogelijk aan te passen. Zo wil ik anderen (en stiekem ook mezelf) een blik laten werpen op “eerste” versie van een manuscript.

Is Liberty, de hoofdpersoon, je favoriete personage of een van de andere personages? Is een of meer personages gebaseerd op je eigen karakter of van andere mensen om je heen? 

Liberty is één van de personages waar ik veel mee heb, maar ze is niet mijn favoriete personage. Die heb ik eigenlijk niet echt. Ik probeer dat juist te vermijden, doordat ik anders bang ben dat ik te veel door een roze blik ga kijken en de karaktereigenschappen ongeloofwaardig worden.
Iedere personage moet daarom een stukje van mijzelf afstaan. Alleen dan kan ik een objectieve “actie-reactie” oordeel over een gebeurtenis in een gebeurtenis geven.
Eigenlijk kan ik wel stellen dat alle personages een stukje van mijzelf hebben meegekregen. Dat lijkt mij ook niet minder dan logisch. Ik zeg dit tegen velen die vragen waarom het “eng” is voor mij om een verhaal aan hen te laten lezen. Schrijven is namelijk één van de meest persoonlijke dingen die er bestaat. Ongeacht in wat voor genre ik ook schrijf, ik merk dat er altijd wel persoonlijke elementen in het verhaal sluipen. Dat is denk ik ook wel mens eigen.
Daarom is het zo lastig als mensen een oordeel vellen over je verhaal of je personages. Het voelt als een directe verwijzing naar jezelf. Natuurlijk probeer ik dat voor mezelf te nuanceren, maar het blijft een gevoelig onderwerp.
Ik baseer niet vaak bewust mijn personages op anderen om mij heen. Maar zoals mijn eigen karaktertrekken soms in de eigenschappen van een personage sluipen, zo kom ik wel eens personages in mijn verhalen tegen, die heel dicht bij de persoonlijkheid van de mensen om mij heen liggen. Dat probeer ik wel zo veel mogelijk te ondervangen. Tenslotte kies ik er bewust voor om een boek uit te geven en daarmee mijzelf als persoon kwetsbaar op te stellen. De mensen om mij heen doen dat niet en hebben hier ook nooit om gevraagd. Daarom wil ik hiermee erg voorzicht zijn.

Waar haalde je de inspiratie vandaan voor je verhaal, de vervloeking / het Tussendoor en over de Protectio?

De inspiratie kwam door levensgebeurtenissen. Het verhaal is namelijk niet alleen een Fantasy, maar tussen de regels door komen ook maatschappelijke normen en waarden over vriendschap, familie en vertrouwen naar voren. De vloek, het Tussendoor en de Protectio symboliseren verschillende instituten die we in de maatschappij kennen. Ik wil hiermee op een metaforische wijze aan de lezers meegeven dat sommige gebeurtenissen als een vloek kunnen aanvoelen en dat we ons soms gevangen kunnen voelen in een omgeving of situatie waar we niet in willen zitten. Maar daarnaast zijn er altijd wel mensen om ons heen die veel om ons geven en ons beschermen. Mensen die we soms blindelings moeten vertrouwen. Situaties die we soms blindelings moeten vertrouwen. Dat maakt ons, in tegenstelling tot wat velen denken in de huidige maatschappij, niet naïef maar juist dapper. Je moet namelijk erg moedig zijn om je wantrouwen te laten varen en te vertrouwen om hetgeen dat vanzelf zal komen. Mijn boodschap met dit boek is dan ook stiekem: Stop met het achterna jagen van “de volgende dag”, zoals Liberty vaak doet, en geniet van wat er vandaag is.


Parisa bedankt voor dit leuke interview!

Labels: ,